Via een enquête heb ik geprobeerd erachter te komen hoe de kaderleden in district De Betuwe tegen samenwerken met andere bonden aankijken. In eerste instantie is de vragenlijst gestuurd naar het afdelingskader, de kaderleden van de B-lijn krijgen binnenkort een aangepaste versie.
Van de 32 verstuurde enquêtes zijn er 16 reacties binnengekomen. Niet slecht, al zeg ik het zelf. Uit de antwoorden kan ik opmaken dat ruim 70% van hen in principe niet tegen samenwerking is. Dat is een mooi begin! Veel van de geënquêteerden geeft ook aan dat zij wel mee willen denken over van alles en nog wat. En daarna concludeer ik, als meedoen te sprake komt, dat men zich wil beperken tot de onderwerpen waar hun interesse naar uitgaat. Ik begrijp dat wel; de meeste kaderleden stoppen al erg veel tijd in hun werk voor FNV Bouw, dus nóg meer? Daar zit men niet direct op te wachten. Maar het antwoord is eigenlijk heel positief . FNV Bouw wil toch het lokale kaderwerk een beetje omvormen? Het nieuwe uitgangspunt van ‘persoonlijke kwaliteiten inzetten op de momenten dat men daar zelf voor kiest’. Daar kunnen we dus werk van maken, het draagvlak is er, de antwoorden op de enquêtevragen geven het aan. Ik hoop dat ik daaraan de komende tijd een goede bijdrage kan leveren.
Maar er is méér. Want er werd en wordt hier en daar toch ook wel al samengewerkt. De ene keer is het het een blijvende samenwerking, perfect georganiseerd, waar niets of niet veel aan te verbeteren valt; een andere keer is het kortstondig, soms mislukt. Maar dat betekent niet dat het niet opnieuw opgestart zou kunnen worden. Of met nieuwe thema’s of activiteiten. En dan misschien méér volgens de bovenstaande modus.
Ik richt mijn pijlen op dit moment ook op de Anbo. Twee afdelingen (van de vijf in de Betuwe) hebben mij al uitgenodigd om mijn verhaal te komen doen. Want samenwerken, dat kunnen we niet alleen.